TYPEN PUZZELS

Een RESOLF-puzzel wordt samengesteld uit drie basis componenten (Puzzelvorm, variant, Getaltype)

Binnen elk basis component kun je weer een aantal elementen kiezen.

Hieronder wordt uitgelegd uit welke elementen je kan kiezen.


PUZZEL VORMEN

Binnen RESOLF zijn er 4 Puzzel Vormen om uit te kiezen.

(6,3)-polygoon.

(6,4)-polygoon.


VARIANTEN

Binnen RESOLF zijn er 6 varianten om uit te kiezen.

1. de SOM-PUZZEL: (+)

2. de PRODUCT-PUZZEL: (x)

3. de SOMPRODUCT-PUZZEL: (+, x)

4. de FUNCTIE PUZZEL: (x,y) -> f(x)

5. de OMTREK PUZZEL: (P)

6. de OPPERVLAKTE PUZZEL: (∅)

7. de ZWAARTEPUNT PUZZEL: (G)

 

Bij elke VARIANT wordt een getallen voorbeeld gegeven.

1. DE SOM-PUZZEL (+)

Plaats de speelstenen in de knopen zodat de som van de omringende

knoopwaarden gelijk is aan de veldwaarde.

 

OPGAVE

OPLOSSING


2. DE PRODUCT-PUZZEL (x)

Plaats de speelstenen in de knopen zodat het product van de omringende

knoopwaarden gelijk is aan de veldwaarde.

 

OPGAVE

OPLOSSING


3. DE SOMPRODUCT-PUZZEL (+, x)

Plaats de speelstenen in de knopen zodat de som of het product van de omringende knoopwaarden gelijk is aan de veldwaarde.

 

OPGAVE

OPLOSSING


4. DE FUNCTIE PUZZEL f(x)

Plaats de speelstenen met coördinaten in de knopen, zodat de omringende knopen voldoen

aan de vergelijking in elk veld.

 

OPGAVE

OPLOSSING


5. DE OMTREK PUZZEL (P)

Plaats de speelstenen met coördinaten in de knopen, zodat de omtrek van de driehoek, gevormd door de omringende punten gelijk is aan de waarde in elk veld.

 

OPGAVE

OPLOSSING


6. DE OPPERVLAKTE PUZZEL (∅)

Plaats de speelstenen met coördinaten in de knopen, zodat de oppervlakte van de driehoek, gevormd door de omringende punten gelijk is aan de waarde in elk veld.

 

OPGAVE

OPLOSSING


5. DE OMTREK PUZZEL (P)

Plaats de speelstenen met coördinaten in de knopen, zodat het zwaartepunt van de driehoek, gevormd door de omringende punten gelijk is aan het punt in elk veld.

 

OPGAVE

OPLOSSING


GETAL DOMEIN.

Ook kun je binnen RESOLF het type getal kiezen.

Je begint hoogst waarschijnlijk met de natuurlijke getallen, eerst gewoon tellen en daarna ga je over naar rekenen (optellen & vermenigvuldigen).

Vervolgens kan een volgende stap het rekenen met breuken zijn. Misschien komt daarna het rekenen met negatieve getallen en zo hobbel je verder en kan een eindstation het rekenen met complexe getallen betreffen.

Rekenen met natuurlijke getallen.

Rekenen met rationale getallen (breuken).

Rekenen met wortels.

Rekenen met variabelen (of letter rekenen).

Rekenen met machten & exponenten.

Rekenen met logaritmen.

Rekenen met variabelen (of letter rekenen).

Rekenen met vectoren.

Rekenen met goniometrische getallen.

Rekenen met goniometrische getallen.

Rekenen met vectoren en scalairen.

Rekenen met complexe getallen.

Rekenen met lineaire- en gebroken functies.

Rekenen met logaritmische functies.